Maandagmorgen. Ik sta met mijn auto geparkeerd in de berm van een polderweggetje. Ik ben vandaag vrij, maar deed zelf even die kraamvisite bij het gezin waar ik in het weekend al was en waar wat extra zorgen waren. Op mijn telefoon druppelen mailtjes binnen over vergaderingen, appjes van collega’s over het alarmsysteem. Het was een hectisch dienstweekend in team zuid zonder bevallingen maar wel met kraamvisites met zorgen, nachtelijke telefoontjes en extra consulten. Daarnaast ook een zondags spoedritje met de ambulance naar het WKZ vanwege een kindje wat veel te vroeg geboren dreigde te worden. Ik heb een prachtig beroep maar het vraagt altijd alertheid en soms onverwacht noodzaak om snel te handelen. Gelukkig ook enthousiaste bevallingsverhalen, trotse ouders, beschuit met muisjes en als afsluiter gisteravond 2 startende bevallingen overgedragen aan een frisse collega. Terwijl ik terug app en wat gegevens opzoek stopt er een tegenligger naast me. Een vrolijke kalende 70-plusser met een gehoorapparaat en een wat verwarde blik draait z’n raampje omlaag. “Hebbie pech??” schreeuwt hij vriendelijk met wat consumptie. “Nee hoor meneer, ik zoek even wat op!” “O, kom jij de volgende keer bij mij eten dan?” Voor ik antwoord kan geven vervolgt hij enthousiast: “Ben jij getrouwd dan? En me’ wie dan?” Ik schiet in de lach. “Eh, jazeker, met mijn man, meneer!” “Nou dat geef’ niks hoor,” verzekert de schat me, “je ken gerust kommen eten, ik heb héle goeie bloemkool! Maar wat DOE jij hier eigenlijk dan?” Voor de zekerheid frunnikt hij wat aan z’n gehoorapparaat en krabt over z’n kin. “Ehm, nou, ik ben verloskundige meneer, en ik heb hier vlakbij net een bezoekje gebracht.” “Oooo, verloskúndige!!” Hij kijkt me nog stralender aan. “Dat zijn HEULE goeie vrouwen zei mijn moeder altijd!” Ik voel onze band nu toch wat groeien en hij heeft me door, want voor ik het raampje weer dichtdraai kijkt hij me nog eens olijk aan en knipoogt: “Nou, as jij nog es wil trouwen dan mot je het zeggen dan, want wij zijn volgens mij echt een heel leuk setje!!” Dan geeft hij een hoop gas en rijdt door. Lichtelijk verbluft kijk ik hem na in mijn achteruitkijkspiegel. Ehm.. nou.. mijn dag is goed!